Skip to main content
All Posts By

cees

Mijn excuses aan die arme bliksems…

Column in het Weekblad voor Deurne, 22-12-2022

Ik tik deze stukjes niet over de grond rollend van het lachen: de financiële compensatie geeft me daar geen enkele reden toe. Ik doe dat soms wel wanneer mij, naar aanleiding van mijn gezwets op deze plek, woedende mailtjes gestuurd worden. Want daarvoor schrijf ik deze onzin natuurlijk: om de deugmensen te plagen die me schuimbekkend en met hoofdletters en uitroeptekens uitmaken voor fascist, racist of nog erger. Mijn vorige stukje was er weer zo eentje, zo zag ik aan de reacties. Ik bleek zowaar een slavernij-ontkenner te zijn, die arme sloebers, die voor hun recht opkomen, belachelijk maakt.

Nou heb ik daar over nagedacht en het zou zomaar kunnen dat ze nog gelijk hebben ook. En nee, daarmee zeg ik niet dat slavernij een fabeltje is. Ik vind het waarschijnlijk het meest onmenselijkste wat mensen mensen aan kunnen doen (mooi hè). Maar ik bedoel wel dat mijn voorouders een paar honderd jaar geleden zomaar meegedaan kunnen hebben aan die vreselijke uitbuiting.

Denk maar eens mee: het bewerken van pakweg een halve bunder schraal Brabants zand, het rapen van een paar eieren en het melken van dat ene magere koebeest was duidelijk geen dagtaak. Dat moet zelfs mijn voorvader (onze familie staat er niet om bekend het keihard werken te hebben uitgevonden) voor mekaar gekregen hebben in een krappe voormiddag. In de namiddag zou hij dan best naar Afrika gevaren kunnen zijn om daar inboorlingen te ketenen en voor veel geld te verpatsen. Als de wind dan meezat was hij mogelijk ’s avonds net op tijd terug om hout te sprokkelen, zodat zijn koters in de plaggenhut ‘s nachts niet crepeerden van de kou.

Ik realiseer me best dat dit een twijfelachtig scenario is, maar meer betrokkenheid van mijn voorouders kan ik even niet verzinnen. Toch wil ik excuses aanbieden aan eventuele nazaten van de arme bliksems die mijn overovergroot-opa mogelijk te grazen genomen heeft. Zelfs over geldelijke compensatie kunnen we het nog hebben. Zodra wij ons op deze schandalige wijze verkregen familiefortuin teruggevonden hebben tenminste.

Ik wens u allen geweldige kerstdagen: het ga u bijzonder en mij ook.

Een kakelend drama…

Column in het Weekblad voor Deurne, 8-12-2022

Zo’n twintig eeuwen geleden werd heel Brabant bezet door de Romeinse legioenen van Julius Caesar. En nee, dat waren zeker geen lieverdjes. Ze plunderden onze nederzettingen, legden de schrale akkertjes in de as en verkochten veel Belgae, zoals we toen genoemd werden, als slaaf. Die malheur ging ook niet voorbij aan een van mijn voorouders, zo leert onze familiegeschiedenis. Dit in de schrale zandgrond wroetend boertje deelde zijn plaggenhut met zijn knokig vrouwke, een kwak morsige kinderen en een haan. En dat laatste verdient wellicht enige uitleg.

Zeker, de landbouwer had meer vee; een mager varkentje, een schonkige koe en een toom spichtige kippen, maar de haan was zijn pronkstuk. Een trotser vertegenwoordiger van het hoenderras, wiens kleuren uitbundig schitterden in de zon wanneer hij weer eens een kip beklom en van wie de pluimen weelderig wuifden wanneer hij de luizen uit zijn veren schudde, kende men in de hele Peel niet. Iedere nacht sliep het beest op de strozak naast mijn voorvader, die in de terechte veronderstelling verkeerde dat zijn vrouw, die daardoor buiten moest overnachten, minder snel meegenomen zou worden door een vos dan de haan. Overdag paradeerde de geweldenaar fier op het erf.

Groot was dan ook het verdriet toen op een kwade dag enkele Romeinen het erf opmarcheerden die bruusk de haan confisqueerden en met diens botermalse hanendijtjes hun pizza belegden. Deze klap kwam mijn voorvader nooit meer te boven en hij overleed enige jaren later als een gebroken man.

Maar nu heb ik eens zitten rekenen. Er vanuit gaand dat een beetje haan jaarlijks voor een flink aantal, ook weer vruchtbare, nakomelingen kan zorgen had ik nu, twee millennia en ontelbaar veel kippengeneraties later, eigenaar kunnen zijn van een riant pluimveebedrijf. Ik heb daarom besloten een cursus Italiaans te gaan volgen om binnenkort op gepaste wijze al die Romeinse excuses, die onze regering zonder twijfel namens mij zal gaan eisen, in ontvangst te kunnen nemen. Ook heb ik een rekening op de Kaaimaneilanden geopend waarop de onvermijdelijke herstelbetalingen gestort kunnen worden.

Het ga u bijzonder en mij ook.    

Tegenpruttelaars

Column in het Weekblad voor Deurne, 24-11-2022

Ik heb wel iets met vriendelijk protesteren. En omgekeerd een bloedhekel aan iedereen die op zo’n manier sputtert dat we er met z’n allen last van hebben, ongeacht het onderwerp. Sowieso kunnen de optochten van clubjes die van rotzooi trappen hun vak gemaakt hebben, bij voorbaat niet door de beugel. Ik denk hierbij dan vooral aan slavernijschreeuwers, zwartepiethaters, virusbetweters en al hun oogklepkompanen. Maar ook de te grimmige acties van protesterende boeren kunnen niet rekenen op mijn sympathie, terwijl ik hier dus wel degelijk begrip heb voor hun standpunt. Dat kan toch veel gemoedelijker? Trakteer eens op een gratis barbecue op iedere markt in Nederland bijvoorbeeld. Daar maak je vrienden mee en vlees hebben jullie toch genoeg. Of niet dan farmers? Rare naam trouwens; Defence Force. Willen jullie soms een afdeling in Engeland beginnen of zo?

Maar goed; ik vind het dus prima wanneer je op een creatieve manier je punt maakt. Zo lijkt het trendy jezelf als protest ergens vast te lijmen. Een paar weken terug plakte een klimaatwappie zich vast aan tafel bij zo’n zanikprogramma. Het ging bijzonder gemoedelijk, dus het was volledig in scène gezet. Wanneer iemand bij mij thuis op tafel klimt is er ook niet meteen iets vreselijk mis; alcohol doet soms rare dingen met mensen. Maar zodra die dan zijn handen insmeert met lijm gaat er bij mij toch ’n alarmbelletje rinkelen. Niet bij deze treurbuisramp dus; alle tafelgasten bleven rustig toekijken hoe de malloot zich ook als zodanig te kijk zette. Aanvankelijk dacht ik nog dat dit nieuwerwetse fenomeen onschuldig was, totdat bleek dat ze meestal iets, wat niet van henzelf is, besmeuren met lijm, soep of andere troep. En dat vind ik dus niks.

De oplossing voor deze zelfklevers lijkt me trouwens simpel. Gewoon lekker laten zitten; als hun nood letterlijk hoog wordt komen ze vanzelf los. Of niet natuurlijk, maar dan mogen ze achteraf, behalve hun eigen rotzooi opruimen, ook nog even dweilen. Wat ik me bij dit soort ‘activisten’ wel vaak afvraag is of ze nou echt niks beters te doen hebben. Werken of zo.

Het ga u bijzonder en mij ook.

Lekker zeuren…

Column in het Weekblad voor Deurne, 27-10-2022

Wij Nederlanders zijn een volk van klagers, zo wordt gezegd. Nou is dat nogal generaliserend, vooral omdat het vrijwel altijd minderheden zijn die dat doen. Een voorbeeld? Nou, krap zeven op de honderd Nederlanders bijvoorbeeld, maken gebruik van het openbaar vervoer. Maar die zeven grijpen wel ieder hondsgezeik aan om te jeremiëren dat er van alles mis mee is. Nou zult u mij wel voor onnozel verslijten, maar blijkbaar vindt dan drie-en-negentig (!) procent van onze landgenoten dat al die treinen prima rondkachelen toch? Kwestie van simpel rekenwerk. Het blijkt dus gewoon een akelig kleine groep te zijn die loopt te blèren.

Hetzelfde geldt ook voor de ziemelaars die (soms zelfs terecht) kermen over de stank van intensieve veehouderijen. Da’s maar een belachelijk klein deel van de bevolking volgens mij. In grote delen van het land, en dan met name in de Randstad waar verreweg de meeste mensen wonen, hoor je nooit iemand over een iets te plattelandelijk luchtje toch? Ook hier dus een mauwende minderheid.

Vooruit dan, nog zo’n staaltje; je kunt de kwelkast niet aanzetten of er verschijnen hordes zuchtende figuren die piepen dat ze de energierekening en de boodschappen niet meer kunnen betalen. En dat hun hele huishouden deze winter zeker van de honger dood zal vriezen en van de kou zal verhongeren. Tja, da’s vervelend, dat snap zelfs ik met mijn houtkachel en mijn bult stookhout nog wel. Maar laat het nou eens een procent of tien van de bevolking zijn die het echt niet gaat redden. Die andere negentig staan ook niet te juichen wanneer de gasrekening op de mat valt, maar die maken er niet zo’n drama van. Inderdaad; alweer een jammerende minderheid.

Nou ving ik op dat door die oorlog ginds ver weg het graan zo duur is geworden dat alle bierprijzen dramatisch omhoog zullen gaan. Tju toch, dat kunnen we toch niet toelaten? Er moet toch een dikke meerderheid te vinden zijn die daarover keihard wil gaan zeuren? Nou dan; die tot nu toe nog steeds oorverdovend zwijgende massa moet nu achter mekaar luidkeels van zich laten horen. De barricades op verdomme!

Het ga u bijzonder en mij ook.

Prioriteiten meneer!

Column in het Weekblad voor Deurne, donderdag 13-10-2022

Ik lees ’s morgens de regionale jokkebrok. Natuurlijk de dodebomen-editie, want ik vind de geur van drukinkt op slecht papier gewoon lekker. Nou is dit niet altijd dolle pret. Vaste prik; oorlog in Verweggistan, prijzen die de pan uit rijzen en Helmond Sport dat verloren heeft. Da’s slecht voor mijn toch al narrige ochtendhumeur. Waar ik me dan soms mee amuseer is wanneer weer een wereldvreemde volksvertegenwoordiger met een wazig voorstel de krant haalt.

U wilt een voorbeeld, dat snap ik. Nou, een compleet van de pot gerukt raadslid in Eindhoven mekkert dat er paarden en honden optreden in een circus dat de stad bezoekt en dat kan volgens haar dus écht niet. Zo is dat; in de vijfde stad van het land, waar mensen in kartonnen dozen op straat wonen en waar voedselbanken de drukte niet aankunnen, ga jij zeuren om anderhalve pony en een joekeltje die kunstjes moeten doen. Da’s lachen ja, maar eeh… bedenk wel; er hebben ooit kiezers met hun volle verstand op dit wereldwonder gestemd.

Nog eentje; In Roermond staat de lokale fractie van D66 op haar achterste benen vanwege historisch onrecht. En nee, dit gaat niet over slavernij of discriminatie. Wat dan wel? Nou, eeuwen geleden werden hier vrouwen veroordeeld wegens hekserij. Terwijl de hele wereld in lichterlaaie staat, half Roermond jaarlijks weggespoeld wordt door de alweer overstromende Maas en Nick en Simon uit mekaar zijn, hebben deze wettig gekozen malloten niks beters te doen dan te kwaken dat die nu, dik 400 jaar later, alsnog vrijgesproken moeten worden.

En zo zijn er voorbeelden te over. In Haarlem, u weet wel, waar af en toe groezelige zwarte sneeuw valt, neuzelen ze over reclame voor vlees en in Leiden raaskalt iemand over broodnodige excuses aan Paaseiland omdat daar in 1722 enkele inboorlingen zijn doodgeschoten. Keibelangrijk natuurlijk. Maar je zult maar met de beste bedoelingen op zo’n zwijmelende wereldverbeteraar met oogkleppen als pannenkoekenborden gestemd hebben.

Afijn, ik overweeg me nu ook verkiesbaar te stellen. Ik ben écht totaal ongeschikt voor zo’n functie, maar ik heb wel één zinnig programmapunt. Houdt u maar vast; als we nu alle straatverlichting laten knipperen besparen we de helft van de energiekosten.

Het ga u bijzonder, en mij ook. 

Fratsen

Column in het Weekblad voor Deurne, 29-09-2022.

Een goede vriendin van mij is van Turkse afkomst. Of Koerdisch of Armeens, daar wil ik vanaf zijn. Haar familie komt in ieder geval uit een verweg land waar het weer doorgaans prima is en de politici niet. Zij is het toonbeeld van integratie zoals ik dat persoonlijk graag zie; ze draagt meestal spijkerbroeken en slobbertruien, vloekt als een ketter als het zo uitkomt en drinkt met enige regelmaat als een tempelier. Behalve deze absolute pluspunten is ze een van de weinige vrouwen die ik ken, die een mannelijk gevoel voor humor heeft.

Jazeker; ik denk dat vrouwen daar een ander gevoel voor hebben dan mannen. Niet beter, niet slechter, maar een ander. En dan heb ik het niet over doordeweekse moppen waar al dan niet om gelachen wordt. Het gaat me dan meer om wat grovere praktische ongein waar mannen doorgaans wel om kunnen grijnzen, maar waarop de gemiddelde vrouw meestal reageert met een gemene elleboogstoot en een gesist ‘stom jong’. Het soort humor waaruit duidelijk blijkt dat bij ons, mannen, een groot gedeelte van de hersenen de pubertijd nooit is ontgroeid.

Maar goed; zij heeft dat dus ook. Een voorbeeld? Enkele weken terug waren we -eindelijk- aan de beurt om af te rekenen in een werkelijk stampvolle Helmondse Jumbo toen ze snoeihard ‘Echt waar? Nu alles gratis?’ gilde. Vrijwel meteen werd het doodstil aan alle kassa’s. Ze vertrok geen spier, wachtte op haar gemak de commotie af, boog zich voorover naar de overdonderde caissière en zei ‘was maar een grapje’. De kassadame kon er niet om lachen. Ik wel, tot tranen toe zelfs. Terwijl we de winkel uitliepen genoot ze grinnikend van de misprijzende blikken en het hoofdschuddend gefluister.

Het boeit haar totaal niet wie haar lijdend voorwerp is, zo bleek een paar uur later. We aten in een verder afgeladen restaurant, toen ze totaal ongevraagd en vooral heel erg hardop meldde dat ze ‘absoluut niet bij mij op schoot wilde zitten’. Ik probeerde het nog weg te lachen, maar vergeefs; het kleurde tot in mijn nek. Ik voelde de verwijtende blikken in mijn rug prikken terwijl ze me breed toegrijnsde.

Het ga u bijzonder en mij ook.   

Gewoon blijven lachen

Column in het Weekblad voor Deurne, donderdag 1 september 2022

Ik heb moeite met het zomaar uitdelen van mijn geld aan bedelaars en handophouders. Wanneer ik ze tegenkom schreeuwt de, altijd aanwezige, kortzichtige diknek in mij dat ze maar van hun luie reet af moeten komen en moeten gaan werken, net als ieder ander. Bovendien bedenk ik me dan dat ze mijn zuurverdiende centen waarschijnlijk toch om gaan zetten in alcohol en dat kan ik zelf ook wel. Maar af en toe laat ik me verrassen.

Vorige week nog, op de laatste dag van mijn vakantie, in hartje Eindhoven. Midden in een winkelstraat tikte iemand me op mijn schouder. ‘Liet u vallen’, zei het enigszins verlopen figuur dat daarvoor verantwoordelijk was, terwijl hij een euromunt omhoog hield. Hij leek me rond de dertig, met een vlassig baardje, een warrige haardos, dito kleren en een sjekkie in zijn mondhoek. ‘Je mag ‘m houden’ zei ik grootmoedig. ‘Ik heb liever dat je een krant van me koopt’ reageerde hij gelijk, terwijl hij een bontgekleurd blad onder mijn neus duwde waar met grote letters ‘Straatnieuws’ op stond. ‘Kost maar tweetachtig’. Ik besloot tot aankoop over te gaan; zo’n eerlijke gast gun je dat immers wel en hij probeerde tenminste op een fatsoenlijke manier aan de kost te komen. Ik gaf hem een briefje van vijf en uiteraard had hij geen wisselgeld. Ik knikte om aan te geven dat het zo wel goed was. ‘Bedankt man’ zei hij, terwijl hij de krant in mijn handen drukte en meteen vertrok naar een mogelijke volgende klant.

Ik keek hem na. Nog geen tien meter verder tikte hij de volgende onnozelaar op de schouder met waarschijnlijk dezelfde euro in zijn hand. ‘Liet u vallen’ hoorde ik hem nog net zeggen. Heel even wilde ik verhaal gaan halen, maar toen bedacht ik dat je ook ooit toe moet geven dat je op een uitgeslapen manier gepakt bent. Eenmaal thuis bekeek ik mijn aankoop. Het bleek de straatkrant van Utrecht te zijn, en dan ook nog die van april. De inhoud was vast hartstikke interessant, voor Utrechters tenminste. Gelukkig stond op de allerlaatste pagina nog wel een prima recept voor pasta met zalm, met veel knoflook en veel pepers. Lekker!

Het ga u bijzonder en mij ook.

Bon appetit

Column in het Weekblad voor Deurne, donderdag 18 augustus 2022

Ik heb me net aan een tafeltje in de schaduw achter een vorstelijk glas lokaal bier geïnstalleerd, als ze hun afgeladen stationcar pal voor mijn terrasje parkeren; een in matchend vakantietenue gestoken Helmonds stel van middelbare leeftijd. En nee, dat zie ik er niet aan af, ik ben niet helderziende, maar horen doe ik het wel. “Wà skon hier” klinkt het namelijk gelijk na het uitstappen. Die mening deel ik overigens, daarom ben ik hier ook afgestapt.

Nou weet ik niet hoe het u vergaat maar ik kom, hoe ver ik ook wegvlucht, overal en altijd Helmonders tegen. Ook hier, in een negorij in de Duitse Eifel die nauwelijks op Google Maps staat, is dat niet anders. Uitgebreid kiezen ze uit een van de tientallen lege tafeltjes en uiteraard belanden ze pal naast me. Ik knik hen vriendelijk toe; Brabanders onder mekaar in het buitenland en zo, hoewel zij dat natuurlijk niet kunnen weten.

Luidruchtig overleggen ze wat genuttigd gaat worden en al spoedig wordt gewenkt naar de bediening. De ober, een toonbeeld van “gastfreundschaft”, spoedt zich naar het stel (kunnen verschillende Deurnese kasteleins wat van leren), klakt nog net niet met zijn hakken en spreekt hen, tot mijn verbazing, in volkomen vernield steinkohle-Frans aan. Subiet breekt paniek uit aan het tafeltje naast me, waar zojuist nog enthousiast gesproken werd over grandioze “ojtsmijters die hier in ut bojteland Stramme Max hiete”.

Eigenlijk stond ik op het punt verder te rijden, maar ik besluit nu toch nog maar een biertje te nemen. Zwetend, in stotterend Kattenmeps met een enkel Frans woord ertussen en met wilde gebaren die ongetwijfeld duiden op eierleggende kippen, weten mijn buren te bestellen. Nauwelijks tien minuten later worden twee kanjers van schnitzels geserveerd. Met een spiegelei erop, dat wel. Hun maaltijd verloopt in ijselijke stilte.

Als ze daarna wegrijden zie ik wat de ober blijkbaar al eerder zag, de Nederlandse vlag die bij wijze van zonwering en ongetwijfeld als gebaar van solidariteit omgekeerd voor hun achterruit hangt. Het zou voor hen zomaar een moeilijke vakantie kunnen worden.

Het ga u bijzonder en mij ook.

Schôn klidje

Column in het Weekblad voor Deurne, donderdag 4 augustus 2022

Ergens, verstopt in mijn tv, zit een vreselijke zender die modeshows uitzendt. Nou ben ik niet zo modebewust. Ik ga voor praktisch en vind dat zolang kleren niet kapot of vuil zijn, ze prima te dragen zijn. Dit tot wanhoop van een goeie vriendin overigens, die jarenlang tevergeefs probeerde mij wat trendy bewustzijn bij te brengen.

Nou zijn er twee soorten mode denk ik. Je hebt het ‘normale’ gerei wat u en ik kopen en er bestaat nog zoiets als ‘hoot koetuur’. En d’r zijn best wat verschillen. Bijvoorbeeld dat de prijs van het ene een beetje en die van het andere helemaal bepaald wordt door het merkje wat eraan hangt. Maar ook dat de eerste soort wél te dragen is (anders koopt geen hond het) en dat dit bij de tweede meestal niet zo is. In het gunstigste geval namelijk, krijg je wanneer je daarmee over straat gaat, een boete aan je designpantalon. In het slechtste scenario staan een paar potige broeders met een dwangbuis klaar om je richting Huize Zonnestraaltje te begeleiden. Terecht trouwens, want er komt voornamelijk idioterie voorbij op die catwalks. En waarom?

Nou, snapt u dat écht niet? Da’s toch hartstikke duidelijk? Het is kunst! En net als in het overgrote deel van het donquichotterige kunstwereldje, bestaat ook het fashionkliekje uit omhooggevallen windbuilen. Stripfiguren die ieder wangedrocht van zo’n gekende naam met applaus begroeten en elkaar kwijlend hele bossen veren in het achterste blijven duwen. Die ons, nitwits, duidelijk blijven maken dat niet wát er gemaakt wordt meetelt, maar alleen wié het in mekaar broddelde. Het zijn diezelfde gasten trouwens, die verwachten dat de toch al griezelig magere modellen op de catwalk nóg meer afvallen, want dat is hun ideaalplaatje. Die deze grieten verplichten daar vooral ook ongeïnteresseerd en wezenloos voor zich uit te staren want, zo hebben zij beslist: da’s mooi. Te ziek voor woorden als u het mij vraagt.

Eén troost hebben we gelukkig. Ook de creaties van die ‘grote’ couturiers eindigen uiteindelijk waar ze wat mij betreft meteen al hadden moeten liggen: in het mandje met poetslappen.

Het ga u bijzonder en mij ook.

Halt!

Column in het Weekblad voor Deurne, donderdag 21 juli 2022

Af en toe heb ik dat, zo’n dag waarop ik me ’s avonds geradbraakt voel, terwijl ik niet eens zo gek veel uitgevoerd heb. Om zo’n flutdag dan alsnog wat op te fleuren zoek ik op de buis naar een programma waarin mensen het nóg beroerder hebben dan ik. En daarin is keus genoeg: Wegmisbruikers, Blik op de Weg, Stop Politie, stuk voor stuk heerlijk leedvermaak. Want dat maakt mijn dag weer goed: wanneer zo’n gast in een pauperbak die ik niet kan betalen, zo eentje die voortdurend rechts inhaalt en bij ieder stoplicht ronkend wegspuit, als zo’n hufter een keer genadeloos aangepakt wordt.

Het liefst zie ik dan zelfs dat behalve het rijbewijs ingenomen, ook meteen zijn auto weggetakeld wordt. De standaardvraag van de zwaailichtjongens, als het raampje opengedraaid wordt, ken ik ondertussen wel: “En? Waarom reden wij zo hard?” Ik leun dan grijnzend achterover, wachtend op de domme excuses die nu zeker gaan komen. Want ik, ervaren kijker, weet dat het onverstandig is een lulverhaal op te hangen en die agent voor gek te verslijten. Een boze diender kan het bonbedrag namelijk serieus doen oplopen en vindt altijd wel iets, als hij ook maar een klein beetje zoekt. Gelukkig voor mij, zwetst zo’n sukkel zich meestal zelf al heerlijk ongenuanceerd naar een dikke prent.

Want dat er beboet gaat worden is vooraf zeker en dat iedereen die achterna gezeten wordt daadwerkelijk gepakt gaat worden ook. Wanneer zo’n snelheidsmaniak toch onverhoopt wegkomt of als een scooterhuftertje met opgeheven middelvinger de agenten het nakijken geeft (en dat gebeurt uiteraard regelmatig), wordt het gewoon niet uitgezonden. Daar gaat geen beste boodschap van uit natuurlijk.

Mocht u nou denken dat ik boetevrij door het leven ga, omdat ik door al deze programma’s verstandig geworden ben: nee, niet echt dus. Ook op mijn mat landen ze wel, die enveloppen met het logo van het Justitieel Incasso Bureau, met daarin het dringend verzoek even 35 euro over te maken. Het rekeningnummer hoef ik niet eens meer op te zoeken en vloekend en scheldend betaal ik ze. Dat horen die agenten toch niet.

Het ga u bijzonder en mij ook.